donderdag 21 september 2017

De tuin is te klein

We hebben maar een klein tuintje achter ons huis. Tuin is ook al een te groot woord voor het plaatsje achter ons huis, met daarin een paar plantenbakken. Onze jongste twee kinderen willen er dus ook nooit lang spelen. Dan lopen ze naar het hek en proberen dat open te prutsen. Onderhand kunnen ze dat ook, dus we moeten het hek op slot doen. Anders lopen ze zo naar buiten en daar is het gevaar. Daar zijn de auto’s en andere risico's voor peuters die niet verder dan een meter voor zich uitkijken. Met een glijbaantje en een zandbak proberen we het plaatsje zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Maar dat werkt maar een poosje. Daarna lonkt het hek, en daarachter de wereld met alle gevaren. Ze kunnen beter binnen blijven.

Het zijn net mensen, die kinderen van ons. Mensen kunnen ook beter blijven binnen het hekwerk dat God om zijn goede wereld zet. Het hekwerk bestaat uit aanwijzingen hoe je het beste je leven kan vormgeven. De tips en tricks van de Schepper. Maar dat is voor ons mensen niet genoeg. We willen naar buiten, het zelf uitzoeken. En we kunnen het hek open maken. Dan staan we zo in onze eigen wereld, waar het gevaarlijk is. 

donderdag 14 september 2017

Twee en nee

Onze jongste zoon wordt bijna twee en hij zegt voortdurend…nee! Bij alles wat je wilt gaan doen met hem is de mogelijkheid aanwezig dat hij dat op dat moment niet wil. Want hij ontdekt dat hij zelf iemand is. Daarom gilt hij vaak nee. Ook als het eigenlijk iets heel leuks is. Wil je uit bed? Nee! Wil je naar buiten? Nee. Soms lukt het om er rustig onder te blijven en heel hard tegen jezelf te zeggen dat het een fase is die vanzelf over gaat. Maar andere momenten is dat minder makkelijk en word ik boos op hem. Niet dat het iets helpt. Hij gilt gewoon nog harder nee. Veel beter is het om met een grapje of een omweg je doel te bereiken. Dus vraag ik niet: wil je uit bed?, maar zeg ik: wil je in bed blijven? Dan zegt hij nee en kan ik hem eruit halen. Zo bereik ik soms via een andere route wat ik wil.

Volgens mij is dat precies wat God met deze wereld doet. Wij mensen zeggen snel en koppig nee tegen de liefde van God. Maar God wil wel zijn doel bereiken: dat God en mens in liefde en harmonie met elkaar samenleven. Jezus is Gods omweg om ons nee te omzeilen. Zo doet God wat hij uiteindelijk wil, want God is liefde.  

donderdag 7 september 2017

He, daarboven

De woonkamer van ons huis ligt op de eerste verdieping. Daarom is mijn conditie erg goed. Ik loop de hele dag de trap op en af. Zeker met kleinere kinderen verbrand je heel wat extra calorie├źn. Geregeld komen onze jongste twee thuis en horen ze dat hun oudere broers en zus boven zijn. Er moet natuurlijk direct contact gezocht worden, want ze willen weten wie er thuis is. Meestal roepen ze dan: ‘He, daarboven. Wie ben je? Wij zijn ook weer thuis.’ In de loop van de maanden is het standaardantwoord geworden: ‘He, daar beneden, ik ben … Fijn dat je er weer bent.’ Of natuurlijk een variant erop, maar altijd gaat het over daar boven en daar beneden. Vol vertrouwen roepen ze naar boven in de verwachting dat er een antwoord zal komen. En elke keer blijkt dat ze inderdaad een antwoord krijgen en dat iedereen het fijn vindt dat ze er weer zijn.

Veel mensen hopen dat er wel iets is na dit leven of dat er wel een God is tegen wie ze kunnen praten. Maar ze missen het vertrouwen dat daarboven echt antwoord zal geven. Het zou mooi zijn om met net zoveel vertrouwen als mijn jongste jongens te roepen: ‘He, daarboven, ik ben er.’ Om dan daarna te ervaren dat boven antwoord: ‘He daar beneden, wat fijn dat je er bent.’

donderdag 31 augustus 2017

Die knopjes van de lift en kleine jongetjes...

Zodra onze jongste jongens weten dat we een lift in gaan, begint het geroep: Ik wil op de knopjes duwen. Eerst het knopje om de lift te laten komen, maar daarna natuurlijk ook de knopjes om de lift te bedienen. Meestal drukken ze nog wel een keertje op de knop om de deuren open te doen op het moment dat de deuren gaan sluiten. En vooral het alarmknopje is erg aantrekkelijk. Die is bijna altijd geel en zit op een erg aantrekkelijke hoogte voor peuterarmpjes. Gelukkig moet je hem vaak enige seconden ingedrukt houden voor je contact maakt met de alarmcentrale. Voor die tijd heb ik meestal wel ingegrepen. Een bijzondere fascinatie. Volgens mij een diep ingebakken neiging om de wereld te willen beheersen. Het zijn kleine directeurtjes die het liefst alles op hun manier geregeld willen hebben.

Het is moeilijk om niet telkens aan de knoppen van je leven te willen zitten. We kunnen heel wat bepalen in ons leven, maar de grote zaken van het leven krijg je. Daar heb je amper zelf iets in te zeggen. De bijbel vertelt dat we het leven gewoon maar moeten leven. Niet wanhopig telkens weer proberen om toch aan de knoppen te blijven zitten. Dat lukt toch niet. 

donderdag 6 juli 2017

Bijna vakantie

De laatste weken voor de vakantie vind ik lastig. Je hoofd en je lichaam denken voortdurend: het is tijd om niets te doen. Maar je moet toch nog van alles doen. Dus hoe verdeel je dan je tijd en aandacht? Het is mij geregeld gebeurd dat ik zo hard werkte voor de vakantie begon, dat ik  uitgeput aan de vakantie begon.
De laatste weken voor de vakantie zijn lekkere weken. Je bent al met je hoofd in de vakantie en denkt geregeld: ha, lekker, nog even en ik kan rustig aan doen. En dat geeft moed en energie om die laatste klusjes nog even te doen. Verlangend naar het moment dat het helemaal tijd wordt om te genieten en te vieren.
De laatste weken voor de vakantie bedenk ik telkens weer hoe waar de bijbel is. Er is geen enkel boek dat ons zo sterk laat zien dat we niet leven om te werken. Daarom de vele feestdagen in de bijbel en de geregelde gezamenlijke rustperiodes waarbij groepen mensen samen op weg gingen naar Jeruzalem. En wat te denken van die wekelijkse vrije dag om te voorkomen dat mensen slaaf worden van hun werk. Wat een wijs boek die bijbel om zo geregeld rust te gebieden.

De komende weken zijn er geen blogs. Het is vakantietijd.

donderdag 29 juni 2017

Jij hebt (g)een olifantenhuid

‘Zo, jij hebt ook een olifantenhuid! wordt soms gezegd.’ Dat is niet zo’n aardige uitdrukking, want er wordt mee bedoeld dat je ongevoelig bent. Wat er ook gebeurt of wat er ook gezegd wordt, het raakt je niet. Je hebt immers een olifantenhuid en die is dik.
Toen ik onlangs weer eens bij de olifanten stond in diergaarde Blijdorp stond daar een bordje bij deze dieren met slurf dat me mateloos intrigeerde. Daar stond namelijk dat olifanten erg veel last hebben van vliegjes en andere kleinere diertjes die in de plooien van hun huid gaan zitten. Ze doen er alles aan om verlost te worden van die diertjes. In de tekst stond ook dat de huid van olifanten nogal gevoelig is en dat ze daarom proberen van die beestjes af te komen. Dat doen ze meestal door in de modder te gaan liggen en als de modder opdroogt en eraf valt, dan gaan de beestjes ook weg.

Als je een olifantenhuid hebt, dan ben je gevoelig voor je omgeving. Je voelt juist heel goed wat er om je heen gebeurt. De bijbel probeert ons te leren om een olifantenhuid te hebben. Dat betekent dat we attent moeten zijn naar de mensen om ons heen. We moeten dezelfde huid als de slurvenbezitters krijgen. 

donderdag 22 juni 2017

Waren de mensen maar als de olifanten

Gisteren was ik in de diergaarde Blijdorp. Elke keer is er wel een dier dat je goed kan zien. Deze keer waren dat de olifanten. Ze stonden de hele tijd vlak bij ons en liepen heen en weer. In de kudde zitten ook wat kleintjes. Wat doen ze lief tegen die jonge kalfjes. Gewillig stapten de groten opzij, zodat de kleintjes er door konden. Wat doen ze voorzichtig. We hebben een uitdrukking in het Nederlands ‘als een olifant door de porseleinkast.’ Dat suggereert dat het lompe beesten zijn. Maar ik zou wel zo voorzichtig als een olifant willen zijn.
En in de vrije natuur vormen de oudere olifanten in het geval van gevaar een muur van lichamen, zodat de jonge beestjes veilig zijn. Wat een saamhorigheid om als kudde gezamenlijk het zwakke te beschermen. Iets daarvan zag ik ook in de dierentuin toen de grootste olifant haar slurf gebruikte om een grote tak weg te zwaaien, zodat het kleintje er weer door kon. En ondertussen hield de grote de kleine voortdurend in de gaten met die relatief kleine oogjes.

Die olifanten zijn een voorbeeld van hoe mensen volgens de bijbel samen moeten leven. De sterken moet opkomen voor de zwakken. Ze moeten hun kracht niet gebruiken om nog sterker te worden, maar om de zwakke te beschermen. Waren de mensen maar als de olifanten. 

donderdag 15 juni 2017

Leve mijn telefoon

De grootste uitvinding van de afgelopen jaren is de mobiele telefoon. Prachtige uitvinding. Daardoor kan je voortdurend in contact staan met anderen. Onze kinderen (en wij) zitten geregeld aan tafel waarbij we langs de tafel naar onze schoot kijken om nog even dit of dat te regelen. Het schijnt dat we wel de afspraak hebben dat aan tafel er geen mobieltjes worden gebruikt, maar in de praktijk houden we ons daar lang niet altijd aan. Daar vinden we die apparaatjes veel te handig voor. En dan heb ik het nog niets eens over al die apps die zoveel dingen in het leven veel makkelijker maken en ons helpen om in verbinding te staan. Verbinding is waar wij voor leven. Daarom pak ik graag mijn mobieltje.

De Geest van God is aan ons gegeven om in verbinding te blijven staan. Die Geest zorgt ervoor dat we elkaar steeds meer snappen. Zoals de bijbel beschrijft dat bij de torenbouw van Babel er een Babylonische spraakverwarring ontstaat, zo ervaar ik het ook vaak. Met alle goede bedoelingen lukt het soms maar niet om echt duidelijk te maken wat ik bedoel en dan heb ik het nog niet eens over minder goede bedoelingen. De Geest helpt in die verbinding. Hij is een mobiele telefoon. 

donderdag 8 juni 2017

Geest van respect

Als we iets in Nederland nodig hebben, dan is het respect. En dan niet als snelgezegd woord als iemand iets moeilijks gedaan heeft. Dat is makkelijk gezegd, maar dat kost niet zoveel. Respect is vooral nodig als mensen heel verschillend zijn. Zelfs zo anders dat ik het in eerste instantie maar raar vind hoe anderen denken of handelen. Afgelopen weken was ik een aantal keren op het strand. Dan zie je goed hoe andere mensen met hun kinderen omgaan. Je zit zo dicht bij elkaar, je ontkomt er niet aan om het te zien en er iets van te vinden. Mij valt vooral op hoe ‘anders’ andere mensen opvoeden. En voor mij is het de vraag of ik daar respect voor kan opbrengen.

De Geest van God is voor mij ook de Geest van respect. Alle mensen zijn door God gemaakt en met Pinksteren zoekt de Geest de mensen op om in hen te komen. Als ik de Geest van God in mij heb, dan ga ik zien hoe verschillend mensen zijn, maar dat juist die verschillen de veelkleurigheid van de wereld weerspiegelt. Op de een of andere manier gaat dat niet vanzelf. Ik heb het nodig dat God met zijn Geest mij dat influistert. Zeker als ik op het strand zit en zie hoe anders mensen met hun kinderen omgaan. 

woensdag 31 mei 2017

Koud mama, die wind

Vorig weekend was het heerlijk weer. Wat is het dan lekker om dicht bij het strand te wonen. Nog geen half uur rijden en je kan je voetjes opwarmen in het warme zand of afkoelen in de koude zee. En natuurlijk genieten van de zilte lucht. Je ruikt het gelijk: we zijn weer op het strand. Dat weet je trouwens ook goed als je een boterhammetje opeet waarbij je het zand tussen je kiezen voelt schuren.
Heel lekker was het windje. Soms een beetje uit zee, de andere keer over land. Maar het zorgde dat het precies goed was. Het is opvallend hoe goed de wind voelbaar is. Elke keer als een windvlaag ons weer bereikte zei onze jongste: ‘koud, mama’ en straalde daarbij zo dat het duidelijk was dat hij het lekker vond. Door de wind kreeg je energie om lekker op het strand zandkastelen te gaan bouwen.
Komende zondag is het Pinksteren. De kerk viert dat God zijn energie aan de mensen geeft. Door de kracht van God zijn ze in staat om te geloven en om dat te laten zien aan de mensen om hen heen. God geeft zijn Geest aan de mensen. Die Geest wordt vaak omschreven met de wind, omdat hij lijkt op wat de wind doet. Lekker is dat, dat briesje van God. 

donderdag 18 mei 2017

Verschillen tussen mensen

Ik denk in verschillen tussen mensen. De een is jong en de ander oud. De een werkt met zijn hoofd, de ander met zijn handen. De een is Nederlander van geboorte, de ander heeft een migratieachtergrond (je moet zo oppassen hoe je dit tegenwoordig formuleert). De een gaat het voor de wind, de ander heeft tegenslag op tegenslag. Het valt heel snel op, al die verschillende mensen.
Ik vind het lastig, al die verschillen. Want ze zorgen er ook voor dat mensen anders kiezen, handelen en zich gedragen. En dat is irritant, mensen die anders zijn dan ik denk dat goed is. Het is wel handig als alle mensen hetzelfde zouden zijn. Maar de wereld is complexer dan ik denk. Dat blijkt wel uit de muren  die op deze aarde worden opgericht om mensen die teveel verschillen van elkaar te scheiden. Zelfs in het land van de vrijheid, Amerika, maken ze plannen voor scheidingsmuren. Kennelijk hoort dat bij mensen.

De bijbel vertelt dat het Jezus is die de scheidingsmuren heeft weggehaald. Mensen die vijanden waren veranderen en de verschillen die er waren, worden niet meer scheidend. Wat mensen onderling anders maakt, wordt juist een afbeelding van de veelzijdigheid van de schepping. 

donderdag 11 mei 2017

Het lege nest

Vanmorgen liep ik met onze jongste zonen langs de Dorpskerk. Plotseling voelde ik het bijna drie jarige handje aan mijn vingers trekken: ‘Papa, zullen we nog even bij de eend gaan kijken?’ ‘Dat is een goed idee!”, antwoordde ik enthousiast. Wij naar het nest. Vol verwachting liepen we ernaar toe, maar het was leeg. De vogel was gevlogen, of in ieder geval weggewaggeld. Er lagen geen eieren meer in het nest. Wel wat restanten van eieren. Maar die waren zo viezig, dat ik toch bang ben dat er geen kuikentjes zijn gekomen. In ieder geval was de eend weer de wereld ingetrokken. Hij liet een leeg nest achter. Na de rust rondom de kerk, wachtte hem nu weer het woelige water waarin hij moet zwemmen en leven.

Dat is ook de taak van de kerk: zorgen dat mensen er weer tegenaan kunnen in het leven. Op adem komen vind ik een prachtige aanduiding voor wat er in een kerk kan gebeuren. Want die uitdrukking verwijst niet alleen naar onze adem waarmee we weer energie opdoen als we moe en uitgeput zijn. De adem van God is ook de Heilige Geest die ons de rust geeft en ons op adem laat komen. Daardoor kunnen we het woelige leven weer aan. Die eend snapt waar een kerk goed voor is.

donderdag 4 mei 2017

De eend bij de kerk

Op het gras tegen de muur van de Dorpskerk in Spijkenisse zit een eend. Die verblijft daar al enige tijd, want ze broedt op eieren. Het zou zomaar kunnen dat het zinloos is, omdat het onbevruchte eieren zijn. Volgens mij zit die eend er al langer dan de broedtijd van eenden. Ze heeft ook een eindje moeten lopen om er te komen. Het is toch een paar honderd meter naar het eerste water in de buurt. Kennelijk verlangde de eend er zo naar om in de buurt van de kerk te zitten. Of het is door de warmte die de stenen in zich opnemen en dan ’s nachts uitstralen of de rust van dat plekje, weet ik niet. Of de eend wil gewoon bij de kerk zijn.

De redenen van de eend lijken op die van mensen die in de kerk komen. Veel mensen komen voor rust in de kerk. Als je hoofd helemaal om loopt van alles wat je moet doen, is het heerlijk om gewoon in zo’n eeuwenoude bank te zitten en er even te zijn. Andere mensen genieten van de warmte door het samenzijn met andere mensen. De kerk is een plek waar je gezien wordt. En natuurlijk zijn er mensen die gewoon in de kerk willen zijn.

donderdag 20 april 2017

Met Pasen is ons huis geschilderd.

Afgelopen weken is ons huis geschilderd. Bij de dakkapel op het dak bleek dat er onder de verf een heel stuk was verrot. Dat moest vervangen worden. Eerst werd het slechte stuk weg gepeuterd. Vervolgens kwam er een of andere houtvuller in. Daarna weer glad schuren en verven maar. Bij het wegsteken van het verrotte stuk moest wel alles eruit wat slecht was. Anders ging het weer verder werken en rotten. De schilder had het natuurlijk ook anders kunnen doen. Dan had hij gewoon erover heen geschilderd. Ik had het in eerste instantie niet gezien. (En in tweede instantie vast ook niet). Dan was het onder dat laagje verder gegaan en was ongetwijfeld opeens het hele raam verzakt. Dan had onze zoon geen kamer gehad om te slapen.
Zo’n grondige hersteloperatie is wat God met Pasen doet. De wereld lijdt onder angst, ziekte en terreur. Misschien was het wel mogelijk om met een likje verf de boel een beetje op te kalefateren. Maar ondertussen zou het rotten dan wel verder gaan. Daarom kiest God voor iets heel anders. Hij zorgt ervoor dat alles wat het leven kapot kan maken weg gepeuterd wordt aan het kruis. Daarna wordt met Pasen het rotte stuk opgevuld en weer geverfd. Nu heeft de mensheid weer een aarde om te leven. 

donderdag 13 april 2017

De steiger af op Goede Vrijdag

De afgelopen week stond er een steiger bij ons huis. Aan de buitenkant moest alles geschilderd worden. Het is verleidelijk, zo’n steiger, om even naar boven te gaan. ’s Nachts bleef hij ook staan natuurlijk. Ik was bang dat er iemand voor de grap naar boven zou gaan. Gewoon omdat hij daar stond. Even extra gekeken of de ramen wel goed dicht waren. Zelf durf ik dat trouwens niet: naar boven gaan. Ik heb hoogtevrees. Ik moet er niet aan denken om hoger dan een paar meter boven de grond te staan. Toch kan ik me wel voorstellen hoe verlokkelijk het is om in zo’n steiger te klimmen. Mensen willen graag de dingen van boven af bekijken.

Mensen willen het leven snappen en willen naar boven. Dat zit diep in de mens. Ze willen het liefst voor God spelen: de steiger op. Maar al die mensen die denken te weten wat goed is voor zichzelf en anderen, dat gaat niet goed in deze wereld. Om ons dat af te leren doet God het tegenovergestelde: hij komt van de steiger naar beneden en daalt af in ons mensenbestaan. En zelfs dat is nog niet voldoende. Hij zakt nog verder naar beneden en kiest ervoor om dood te gaan op een manier die was weggelegd voor het uitschot. Zo ver komt God de steiger af op Goede Vrijdag. 

donderdag 6 april 2017

Ik kijk de andere kant op

Ik kijk het liefst de andere kant op als er iets vervelends gebeurt op straat. Wordt iemand lastig gevallen? dan bemoei ik me er niet mee. Straks krijg ik er last van. Dat nooit. Liever geen gedoe. Stel je voor dat ik in elkaar wordt geslagen.

Soms als ik verder ben gelopen, denk ik nog wel even aan die persoon die belaagd werd. Ik vind het heel vervelend voor hem of haar. De politie moet er wat aan doen. Of andere mensen. Maar ik zelf toch niet? Stel je voor. Waarom ik, terwijl er nog zoveel andere mensen op deze wereld zijn. Die kunnen toch ook iets doen?

Ik ben een van de leerlingen van Jezus. Die leerlingen gingen met Jezus naar de Olijfhof. Daar wilde Jezus bidden. Hij was bang. Hij vroeg of zijn leerlingen met hem wilden meebidden. Dan hoefde hij de pijn van de wereld niet alleen te dragen. Maar zijn leerlingen konden dat niet. Ze draaiden zich om en keken de andere kant op. In plaats van te ondersteunen vielen ze in slaap.

Ik ben een van die leerlingen. Ik draai me weg van het kwaad in de wereld.

donderdag 30 maart 2017

Schoolklas in de kerk

Op dinsdag komen er geregeld schoolklassen naar de Dorpskerk in Spijkenisse. Groep 7 of 8 krijgt dan een rondleiding. Ze mogen naar boven en bij het carillon kijken. Wat is die grootste klok zwaar en wat is hij groot. Ze gaan ook bij het orgel langs en ze krijgen natuurlijk een rondleiding door het gebouw. Het laatste doe ik geregeld (het is ook niet zo handig om mij iets te laten vertellen over een orgel of carillon. Dan kom ik niet verder dan: het is een muziekinstrument). Ze willen alles weten: of er nog mensen onder de grafstenen liggen. Waarom de toren zo scheef staat. Hoe lang de paaskaars kan branden voor hij op is. En wij geven natuurlijk antwoord: dat alleen de grafstenen er nog zijn. Er is trouwens wel een verdrietig hoekje in de kerk. Daar liggen stenen van gezinnen die meerdere kinderen verloren. Dat de toren verzakt is, omdat ze geen goede fundering eronder deden (maar dat hij nu niet verder kan zakken). En dat de paaskaars elk jaar met Pasen wordt vervangen, omdat we dan als kerk vieren dat God sterker is dan de dood. Meestal belanden er wel wat kinderen op het knielbankje dat gebruikt wordt bij huwelijken. Niet te dicht bij elkaar als jongen en meisje natuurlijk. Dat is eng als je in groep 7 zit.
En ik denk elke keer: wat fijn dat er een kerk is waarin je kan vieren hoe God bij alles van ons leven betrokken is. 

vrijdag 24 maart 2017

Okapi

Sinds een paar weken hebben we een abonnement op Diergaarde Blijdorp. Grappig is dat iedereen in de regio Rotterdam het over de diergaarde heeft en niet over de dierentuin. Met twee kinderen onder de vier jaar is het elke keer genieten van de dieren die daar rondlopen en hun eerste kennismaking met de ijsbeer, de olifant en het pasgeboren neushoorntje. ‘Ik wil wel naar de neushoorn en de baby.’ En dan verbazen we ons over de grootte van de moeder en de kwetsbaarheid van het kleintje. Zelf heb ik ook een dier gezien dat ik nog niet eerder zag: De Okapi. Een prachtig dier dat in familie is van de giraffe, maar vooral in het bos rondloopt.
Er staat een grappig bordje bij dat vertelt dat het dier pas begin 20ste eeuw ontdekt is. Vervolgens staat er ook bij geschreven dat de inheems Afrikaanse volken natuurlijk wel wisten van het bestaan. Alsof een dier pas bestaat als het beschreven staat in de westerse landen.

Voor God maakt het natuurlijk niks uit of er iets over je geschreven staat. Elk dier of mens bestaat gewoon omdat het door God gemaakt en gekoesterd wordt. En of slechts een paar mensen je kennen of iedereen, dat maakt niets uit. 

donderdag 16 maart 2017

Papa, gaan we een lekkere roze koek halen?

Donderdag heeft de bakker van Spijkenisse (die ook de lekkere oliebollen bakt), roze koeken in de aanbieding. Elke week halen mijn jongste kinderen en ik zo’n koek om die voor de bakker op te eten. Het is trouwens geen roze koek, maar een lekkere roze koek. Onze bijna drie jarige peuter vraagt als we maar in de beurt van de bakker komen: gaan we een lekkere roze koek halen? En vraag je aan het einde van de dag: wat heb je gedaan? Dan is het eerste wat hij zegt op donderdag: we hebben een lekkere roze koek gehaald. Ze zijn trouwens ook erg lekker: zoet maar toch ook met een bite. Ik heb ook altijd zin in zo’n koek als we op donderdag koek gaan halen. Daarnaast staat er op de toonbank altijd een schaaltje waar je wat uit kan halen en opeten. Dat doen we natuurlijk eerst. Door dat kleine koekje krijg je helemaal zin in wat daarna komt: de lekkere roze koek. Het beste komt het laatst.


Jezus laat aan zijn leerlingen zien dat het leven mooi is en goed kan zijn. Tegelijk vertelt hij ook dat het beste nog moet komen. Daar wachten we nog op. De toekomst van God komt eraan: zoet maar toch met een bite. Gods nieuwe wereld is lekker

donderdag 9 maart 2017

De kleuren van Dick Bruna

Het eindresultaat wordt in het werk van Dick Bruna bepaald door de primaire kleuren rood, geel en blauw en een paar mengkleuren. Het zijn vrolijke kleuren, omdat ze mij helpen de grijze sleur van het dagelijkse leven te doorbreken. Niets zo mooi als een wereld vol kleur. Daarom is de lente ook zo’n prachtig seizoen. Die kleuren zijn voor kinderen herkenbaar en aantrekkelijk.
Geloven wordt voor mij bepaald door de primaire kleuren. De sleur van het leven legt een grauwheid over het bestaan die moeilijk te doorbreken is. Vooral als de zon zich langere tijd niet laat zien besluipt mij het gevoel dat het leven eentonig is en saai. Totdat ik me realiseer dat God er altijd is en dat het eerste, primaire levensgevoel de zekerheid kan zijn dat God er altijd voor me is. Dan komt er weer wat kleur in het leven.

De veertigdagentijd is bij uitstek de tijd om hier bij stil te staan. De rust en inkeer laten zien dat het leven soms zwaar en betekenisloos is om vervolgens met Pasen uit te barsten in een breed palet van kleuren. Het zal niet voor niets zijn dat Pasen rond het begin van de lente valt. Net zo kleurrijk als de kleuren van Dick Bruna

donderdag 2 maart 2017

Nog een keer Dick Bruna

Elk figuurtje dat Dick Bruna tekende begon met een gewone tekening. Daarna werden er steeds elementen weggehaald tot er een soort van pictogram overbleef. Zeer herkenbare afbeeldingen, want overal op de wereld worden ze herkend. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld dat een liggende ovaal veel vriendelijker oogt dan een staande ovaal. Daarom hebben gezichtjes in zijn boekjes altijd een liggende vorm (behalve de hofdametjes in het boekje De Koning, want die moesten ook streng overkomen). Als hij opnieuw een figuurtje wilde ontwerpen, dan lukte dat niet. Altijd kwam hij uit bij de tekening zoals hij was. Dat was zijn basisvorm. Dat was zijn icoon van dat dier of persoon.


Geloven heeft voor mij te maken met dat soort basisvormen. Welke vragen, gedachten of twijfels er ook zijn, er moet toch meer zijn. Er zal toch een liefhebbende God moeten zijn die tegelijk aan het einde van de tijd gerechtigheid brengt. Wat ik ook probeer in mijn hoofd of leven, met welke grote vraag ik ook ga slapen of wakker word, altijd eindig ik weer bij de zekerheid dat God er moet zijn in mijn gewone leven. Anders red ik het niet. Gods aanwezigheid is de zekerheid waarnaar ik altijd terug kan. Dat is het icoon van mijn leven.

vrijdag 24 februari 2017

Dick Bruna

Vorige week vrijdag overleed Dick Bruna. Een geweldige kunstenaar. Het lijkt zo makkelijk wat hij deed, maar dat is niet zo. Uren was hij bezig om het precies zo te krijgen zoals hij het goed vond. Daardoor kon hij met een klein lijntje heel veel laten zien. Vader en moeder pluis hebben in hun neusje alleen een streepje meer. Je ziet gelijk dat ze ouder zijn. De zwarte lijnen in zijn plaatjes zette hij niet met een snelle viltstift, maar heel precies met een kwastje. Het rafelige van het randje zorgt voor een levendige aanblik. Maar je hebt het niet in de gaten. Het lijkt zo makkelijk. Het lijkt zo makkelijk bij kunstenaar Bruna, maar het is moeilijk.

Het werk van Dick Bruna lijkt op geloven. Van buiten lijkt dat heel makkelijk: je weet dat God er is en altijd van je houdt. Op het eerste gezicht is het eenvoudig. Maar als je beter kijkt, dan zie je rafelige randjes. Geloven is niet altijd makkelijk. Want hoe houd je het vol om te blijven geloven in de liefde van God, als je in het leven ziet hoe moeilijk het is om te blijven geloven. Maar als je de uitdaging aandurft, dan is het eindresultaat geweldig.

donderdag 16 februari 2017

Je moet niet doen alsof je het kan.

Gisteravond moest ik een verhaal houden over (geloofs)opvoeding. Mijn oudste dochter zei, vlak voor ik wegging, ‘je moet echt niet doen alsof je het zelf kan, want dat is niet zo.’ Daar kon ik het mee doen. Dat was natuurlijk niet zo goed voor mijn zelfvertrouwen. Maar ik wist wel dat ze gelijk heeft. Opvoeding is de zwaarste taak die je zonder opleiding moet doen. En als je kinderen zonder al te veel kleerscheuren groter groeien, is dat meer geluk en genade dan wijsheid.
Daarom is een gezin ook zo’n mooie plek om iets van God te zien. Er is geen gezin of er is gedoe. Ruzi├źnde kinderen over de afwas(machine) of kleinere of grotere irritaties. Een plek waar je heerlijk mag oefenen wie je eigenlijk bent. Een plaats waar ze van je houden onafhankelijk van je gedrag. Een gemeenschap waar mensen weten dat ze tekort schieten en soms sorry zeggen (van mij is dat overigens niet de sterkste kant).
Zo laat elk gezin zien wie God is in ons leven. Elk leven heeft gedoe. Bij God mag je komen met je irritaties, boosheid en slechte kanten. Bij God mag je oefenen wie je eigenlijk bent. En wat je ook doet, hij blijft van je houden.
Dit heb ik gisteren verteld en het werd toch een mooie avond. 

donderdag 9 februari 2017

Papa, kopen we ook Peppa Pig?

Gisteren deed ik boodschappen, samen met ruim twee jarige zoon. ‘Kopen we ook Peppa Pig?’, vroeg hij. ‘Laten we dat maar weer eens doen. Die vind je zo lekker.’ Hij weet precies waar ze liggen. Ik was er nog net op bedacht  dat ze betaald moesten worden, want hij klemde ze stevig vast. Ook in de auto wilde hij ze niet loslaten. Thuisgekomen was het een enorme teleurstelling dat ze niet gelijk opgegeten werden. ‘Morgen eten we Peppa Pig’, beloofde ik hem. En voor dat soort dingen heeft hij een ijzeren geheugen. Het was het laatste wat hij gisteren fluisterde toen ik hem instopte: ‘Morgen Peppa Pig, lekker.’ En het was natuurlijk het eerste wat hij vanmorgen (het was best vroeg) zei. Hij rekte zich uit in zijn bed en zei: ‘Nu mag ik Peppa Pig’. En weer moest hij wachten tot het koffietijd was. Maar toen was het zover. Hij danste naar de tafel, al zingend: ‘Peppa Pig, Peppa Pig.’ Met een stralend gezicht at hij zijn koekje op. Zijn hele dag werd bepaald door dat ene heerlijke vooruitzicht: straks krijg ik dat koekje.

Met Gods nieuwe wereld is het net zo. Die komt eraan. Steeds dichterbij. Een wereld waarin het goed leven is. Niemand voelt zich tekort gedaan. Geen groepen meer tegen elkaar. Ik wil mijn dagen net zo laten vullen door dat vooruitzicht als onze zoon naar zijn koekje. 

donderdag 2 februari 2017

Het gevecht tegen het snot

De afgelopen weken heb ik heel wat snotneuzen afgeveegd. Soms denk je een paar dagen dat het weg is, maar gelukkig hebben we twee jonge zonen, zodat ze elkaar weer kunnen aansteken. Het begint ’s morgens vroeg al. Als ik bij de bedjes van hen kom, is het elke morgen weer de vraag hoe groot de opgedroogde klont onder hun neus is. Het wegpoetsen daarvan is niet zo leuk voor ze. Ze proberen het tegen te houden, maar je wilt toch niet dat ze er op die manier bijlopen. Daarna begint het weer te stromen. De eerste uren van de dag kan ik wel de hele dag achter ze aan blijven lopen met een lapje om het weg te vegen. Je verbaast je erover hoeveel rommel er uit zo’n klein hoofdje kan komen. Maar het blijkt te kunnen. Maar we houden het gevecht tegen het snot vol.

Het is net onze wereld. Hoe klein die op de schaal van het heelal ook is, met elkaar kunnen we er toch een flinke rommel van maken. En als God de wereld mooier en beter wil maken, dan vinden de mensen dat wegpoetsen niet leuk. Ze proberen het tegen te houden. Maar God zet door, want hij wil dat de wereld mooier en beter wordt. Hij houdt het gevecht vol. 

donderdag 26 januari 2017

Foto's kijken

Gisteravond was het weer zo ver: de gebruikelijke traditie bij de verjaardag van een van de kinderen. Ik trek het fotoalbum tevoorschijn en blader het door. Ik heb dat van mijn vader. Die deed dat ook altijd. Het is mooi om dat allemaal terug te zien. Wat was ze klein toen ze geboren werd. Wat lachte ze lief. Wat keek ze vies bij haar eerste hapje. Wat ging ze stoer naar school toen ze net vier jaar was. Ik vind het een prachtige traditie die ik graag voortzet. Gisteren hadden we het erover of onze kinderen later misschien dan ook weer de foto’s terugkijken op de verjaardag van hun kinderen. En dan ongetwijfeld met dezelfde weemoed en melancholie bedenken dat de tijd verder gaat en dat je niet terug kan naar vroeger.
Bij God is dat anders. Hij is eeuwig. Dat betekent niet dat bij Hem de tijd altijd maar doorgaat. Dat is een heel beperkte visie op eeuwigheid. Eeuwigheid gaat erover dat alles wat is gebeurd of gaat gebeuren voor God in het nu zit. Hij ziet de foto’s van vroeger en hij hoeft niet terug naar toen. Dat vind ik ook het troostvolle van het eeuwige leven. Dat betekent dat die mooie momenten dan weer werkelijkheid worden.

Op naar de volgende verjaardag: foto’s kijken. 

donderdag 19 januari 2017

Iedereen verkouden

De afgelopen weken was er bij ons thuis elke dag wel iemand verkouden of grieperig. Plotseling zitten ze aan tafel met een wit gezichtje en zijn ze moe. Dan weet je het wel. Een vernieuwde aanval van een of ander virusje. Je komt er ook zo lastig vanaf als gezin. Want als de een net beter is, dan wordt hij wel weer aangestoken door een ander. En mocht het zo zijn dat ons huis virusvrij is, dan zijn er nog wel scholen, peuterspeelzalen of kerken waar je heel makkelijk opnieuw kan worden besmet. Het blijft tobben de komende weken, vrees ik. Misschien wel tot het lente wordt en je weer lekker naar buiten kan en de virussen wegblijven. Tot die tijd blijft het behelpen en volhouden. Wachten op de zon.

Het is wel een mooi beeld voor onze wereld. Het kwaad zit overal. Mensen steken elkaar aan en zo infecteren we de mooie wereld. En als je denkt dat je even bevrijd bent, dan blijkt binnen korte tijd dat er weer een vernieuwde aanval is die je naar beneden trekt. Het blijft tobben in ons leven, totdat de zon gaat schijnen. De zon die gaat schijnen en het kwaad doet verdwijnen is Jezus. 

donderdag 12 januari 2017

Geen inspiratie

Al meerdere jaren schrijf ik elke week een kort blogje. In de loop van de week komt er altijd wel iets naar boven waar ik wat gedachten over opschrijf. Dan is mijn blogje klaar. Maar deze week lukt het maar niet. Terwijl ik boodschappen liep te doen zag ik een bord bij de supermarkt staan dat het komende maandag Blue Monday is: de meest grijzige dag van het jaar. De feestdagen liggen nog ver achter ons en het duurt nog erg lang voor het weer een beetje zomer wordt. En o ja, er komt ook nog slecht weer aan. Genoeg redenen om geen leuke inval te hebben. Deze week een inspiratieloos blogje. Zelfs over mijn jonge kinderen kon ik niks leuks bedenken. Het is soms ook gewoon pittig om peuters op te laten groeien. ‘het is een fase’, houd ik mezelf troostvol voor. Maar soms duurt zo’n fase best lang. Nee, er zit geen blog in deze week. Ik heb geen inspiratie.
Inspiratie is ook wat er bij mensen gebeurt als ze geboren worden. Ze krijgen van God de adem ingeblazen. Daardoor kunnen ze leven en genieten van al het goede dat God geeft. Stel je voor dat God niet zijn inspiratie zou geven. Dan is het leven altijd zo saai als op Blue Monday. Gelukkig blaast God nog steeds.

(ha, heb ik toch nog een blogje)